Biodiversiteit van het waddengebied

woensdag 15 mei 2019

Door: Hans Revier

 

Het VN-rapport over het wereldwijd uitsterven van planten- en diersoorten baarde behoorlijk opzien. Als we het tij niet weten te keren verdwijnt een miljoen van de naar schatting acht miljoen soorten. In het waddengebied is van meer dan 100 soorten vastgesteld dat ze door vervuiling, het verlies van leefgebied en intensief gebruik zijn uitgestorven. Maar in de loop der tijd deden ook nieuwe organismen hun intrede en herstelden sommige soorten zich.

 

Extreme omstandigheden waddengebied

In totaal leven in het waddengebied zo’n 10.000 verschillende soorten eencelligen, planten en dieren. Op de kwelders zijn 2.300 soorten geteld, in het zeegebied leven rond de 2.700 soorten. De overige 5.000 soorten leven in de duin- en poldergebieden op de eilanden en in de kustregio van het vasteland. De soortenrijkdom van de zoute en brakke wateren valt een beetje in het niet bij de totale Nederlandse soortenrijkdom (circa 36.000 soorten).

 

Deze relatief kleine soortenrijkdom komt voort uit het feit dat bepaalde soortenrijke groepen als insecten en schimmels nauwelijks in zout water voorkomen. De verschillende overgangen tussen land en water, zout en zoet, hard en zacht vormen in het waddengebied veel verschillende (micro)habitats waar zich extreme omstandigheden kunnen voordoen. De biodiversiteit van de Waddenzee kenmerkt zich dan ook niet door een grote soortenrijkdom maar door het in hoge aantallen voorkomen van soorten die zich aan die moeilijke dynamische omstandigheden hebben aangepast.

 

Uitsterven grijze walvis en kroeskoppelikaan

Uit archeologisch onderzoek, met name onderzoek aan botresten die in terpnederzettingen werden gevonden en onderzoek aan historische bronnen, kon worden vastgesteld dat de afgelopen millennia 144 soorten in het waddengebied zijn uitgestorven dan wel enorm in aantal zijn afgenomen. Al tijdens de Romeinse tijd verdween de grijze walvis uit het waddengebied. Ook grote vogels als de kroeskoppelikaan, flamingo en zeearend verdwenen of werden zeldzaam. Jacht was ook de oorzaak dat de oeros uitstierf en de grijze zeehond zich uit het waddengebied terugtrok. De aanleg van dijken en inpolderingen, te intensieve visserij en -in de moderne tijd- watervervuiling maakten de Wadden onaantrekkelijk als leefgebied voor grote vissoorten als de steur, hondshaai en gevlekte gladde haai, stekelrog en pijlstaartrog en diadrome tussen zoet en zout water trekkende vissoorten als elft en houting. De natuurlijke populatie platte oesters verdween door overbevissing en door vervuiling decimeerde de populatie wulken. De aanleg van de Afsluitdijk betekende het eind van uitsluitend in de Zuiderzee voorkomende brakwatersoorten als de Zuiderzee haring en het Zuiderzee krabbetje.

 

Vestiging exoten

Naast het verdwijnen van soorten deden ook nieuwe soorten, vaak door menselijk handelen, hun intrede in de Waddenzee. Waarschijnlijk ingevoerd door Vikingen verscheen al in de Middeleeuwen de strandgaper. Van recentere datum is de kolonisatie van de Waddenzee door de Japanse oester. In totaal hebben zich nu 90 soorten uit omgeving van de Atlantische oceaan of de Stille Zuidzee in het waddengebied gevestigd. Japans bessenwier, penseelkrabbetje en slingerzakpijp zijn minder bekende voorbeelden. Deze soorten konden zich hier ook vestigen dankzij de aanwezigheid van hard substraat door de aanleg van dijken en jachthavens.  


Natuurbeschermingsbeleid, het verbieden van jacht op zeezoogdieren en het schoner worden van het water had tot gevolg dat soorten terugkeerden. In 1985 maakten de eerste grijze zeehonden de oversteek vanuit Engelse wateren. Ook de gladde haai en de hondshaai worden af en toe weer aangetroffen.

 

De zorgen zijn er vooral over de sterke achteruitgang van de visstand en de neerwaartse trend in de aantallen broedvogels in het internationale waddengebied. Sinds de start van de monitoring zijn 17 van de 29 soorten broedvogels in aantal achteruitgegaan. Daartegenover staat ook de komst van nieuwe zuidelijke soorten, zoals de zilverreiger, die dankzij het warmer wordende klimaat zich in het waddengebied kunnen handhaven. Van de 34 trekvogelsoorten die de Waddenzee aandoen, vertonen 16 soorten een achteruitgang. Alleen aalscholver, lepelaar, brandgans en bontbekplevier nemen in aantallen toe.


Foto 1 is van Marcel Van Kammen, foto 2 en 3 door  Henk Postma

 

Bronnen:


 



Artikel WadWeten

Het tweewekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230).
Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid (ISBN 9789087410322). Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden.

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging