Grijze duinen een handje helpen

donderdag 5 september 2019

Door: Cora de Leeuw

 

Langs de Nederlandse kust ligt een groot areaal duingebied waar de vegetatie is vergrast en de biodiversiteit sterk is afgenomen. Het aanleggen van nieuwe of weer actief maken van oude stuifkuilen kan voor meer kleur en leven zorgen, vooral in het kalkarme Waddengebied.

 
Grijze duinen

Langs de Europese kust komen van Gibraltar tot de Oostzee natuurlijke duinen voor. Deze zijn door zand, zee en wind opgeworpen vanaf het strand. Wanneer ze begroeid raken, vangen ze zand in en worden ze steeds hoger en breder. In Nederland zijn ze op veel plaatsen uitgegroeid tot lange duinenrijen en landinwaarts tot een breed duingebied. Langs het strand bestaat de zeereep (de duinenrij die direct aan de kust grenst en vaak functioneert als zeewerend duin) vooral uit stuivende ‘Witte’ duinen. Achter de zeereep, waar de dynamiek van de wind veel minder is, raken de duinen begroeid met mossen, korstmossen en kleurige planten, die het zand vastleggen en een bodem vormen voor tal van andere organismen. Deze duinen worden de ‘Grijze’ duinen genoemd. Vooral in Nederland komen ze nog in groten getale voor.

 

Verstuiving

De begroeiing van de grijze duinen wordt van nature in stand gehouden door een samenspel van factoren, zoals verstuiving, erosie door afstromend regenwater, bodemontwikkeling en begrazing door konijnen. In de laatste decennia is de konijnenstand echter drastisch gedaald door virusziekten en zijn grassen enorm gaan domineren door de hoge stikstofdepositie vanuit de lucht. Daardoor zijn de grijze duinen op veel plaatsen, vooral in de kalkarme duinen, veranderd in dichte, eentonige grasmatten met weinig variatie in soorten en kleur en weinig winddynamiek. Momenteel is er een opleving van verstuivingen in het kalkrijke duin te zien, vooral langs de Noord- en Zuid-Hollandse kust, maar niet in het ontkalkte midden- en binnenduin en ook niet in de kalkarme duinen van het Waddengebied.

 

Stuifkuilen

Om de biodiversiteit van de grijze duinen te kunnen herstellen, is onderzoek gedaan. Een goede oplossing lijkt het aanleggen van nieuwe of weer actief maken van oude stuifkuilen te zijn. Stuifkuilen zijn komvormige laagten van gemiddeld zo’n 400 m2 groot, waar zand uitstuift en in de omgeving wordt afgezet. Bij het weer actief maken van stuifkuilen wordt de humus- en plantenlaag  verwijderd, zodat de wind weer vat kan krijgen op het onderliggende en vaak kalkrijkere zand. De beste locatie voor activatie van stuifkuilen is de bovenzijde van hoge duinen die gericht is op het zuiden. Hier zorgt de zon voor een droge bodem, waardoor het zand gevoeliger is voor verstuiving en de wind het zand over een groter gebied verspreidt.

 

Flora en fauna

Op veel plaatsen zijn al goede ervaringen opgedaan met het herstel van deze grijze duinen door het activeren van stuifkuilen, bijvoorbeeld in het kader van het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Planten zoals het Duinroosje en het Duinviooltje, Ruw vergeet-mij-nietje, Muurpeper en Kruipend stalkruid zorgen voor een mooi tapijt waar insecten, zoals dagvlinders en sprinkhanen, zich thuis voelen. De gevarieerde insectenfauna vormt het ideale voedsel voor onder andere de Grauwe klauwier en de Tapuit, evenals de zeldzame Zandhagedis. Ook konijnen varen wel bij een meer open en rijk begroeid gebied en houden het zelf in stand door holen en kuiltjes te graven. In het Waddengebied belemmeren echter de nog steeds hoge stikstofdepositiewaarden, de lage konijnenstand, de ver voortgeschreden bodemontwikkeling en dichte vegetatie op veel plaatsen de spontane verstuiving. Mensen zullen hier een handje extra moeten helpen.

 

 

Bronnen:



Artikel WadWeten

Het tweewekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230).
Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid (ISBN 9789087410322). Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden.

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging