Zeldzaam, en toch talrijk: de groenknolorchis
Door: Hans Revier
In de jonge vochtige duinvalleien van de waddeneilanden tiert de groenknolorchis (Liparis loeselii) welig. Dat is bijzonder, want deze enigszins onooglijke, kieskeurige orchideënsoort gaat in Europa sterk achteruit. Vooral in het dynamische duingebied de Hors op de zuidpunt van Texel is een grote populatie aanwezig. Hier bestudeerde men in detail de groeiomstandigheden van deze bedreigde soort.
De groenknolorchis is een kleine orchidee met nauwelijks opvallende groene bloemetjes aan het eind van de steel. Het is een echte pioniersoort die zich snel kan vestigen in jonge, kalkrijke duinvalleien, maar ook weer snel verdwijnt als de groeiomstandigheden ongunstiger worden. Naast de duingebieden komt de soort ook sporadisch voor in veenmoerassen. In 2010 vond een inventarisatie plaats op de Nederlandse Waddeneilanden en het eiland Borkum.
Rond de 18.000 exemplaren telde men op het eiland Texel voornamelijk in de jonge duinvalleitjes van de Hors. Ook op de relatief nieuw gevormde strandvlaktes van Terschelling (1400 exemplaren) en Schiermonnikoog (900) trof men aanzienlijke aantallen van de soort aan. Vlieland en Ameland bleven daarbij achter met enkele honderden exemplaren op een paar vindplaatsen. Op het eiland Borkum vond men 3000 exemplaren van de groenknolorchis.
De Hors

Zuurgraad
De zuurgraad van het grondwater en het koolstofgehalte van de bodem zijn daarbij bepalende factoren. De soort komt voor bij hoge (basische) pH-waarden en lage koolstofgehaltes (voedselarm) van de bodem. Naarmate een duinvalleitje ouder wordt, gaan er meer planten groeien, komt er meer voedsel in de bodem en verzuurt het grondwater. Deze verzuring wordt een tijdje gebufferd door de toevoer van zuurstofloos kalkrijk water uit de zoetwaterlens onder de duinen.
Maar als de natuurlijke successie verder doorgaat en de kruipwilg zich vestigt in de duinvallei wordt het water te zuur en de grond te voedselrijk, zodat de groenknolorchis uiteindelijk verdwijnt. In dynamische duingebieden als de Hors op Texel ontstaan daarentegen weer nieuwe duinvalleitjes en vindt de soort weer andere geschikte groeiplaatsen. De onderzoekers concluderen dan ook dat de populatie op Texel niet bedreigd is en zich zeker tot 2040 kan handhaven.
Bronnen:
van de Craats, A., Grootjans, A. P., Oostermeijer, J. G. B., Sharudin, R., & Kooijman, A. (2016). Past and future of the EU-habitat directive species Liparis loeselii in relation to landscape and habitat dynamics in SW-Texel, the Netherlands. Science of the total environment, 568, 107-117. DOI: 10.1016/j.scitotenv.2016.05.086
Grootjans, A., Shahrudin, R., van de Craats, A., Kooijman, A., Oostermeijer, G., Petersen, J., … & Stuyfzand, P. Window of opportunity of Liparis loeselii. Journal of Coastal Conservation, 1-11. http://link.springer.com/article/10.1007/s11852-016-0448-6
Grootjans, A., Stuyfzand, P., Everts, H., Vries, N., Kooijman, A., Oostermeijer, G., … & Shahrudin, R. (2014). Ontwikkeling van zoet-zoutgradiënten met en zonder dynamisch kustbeheer: een onderzoek naar de mogelijkheden voor meer natuurlijke ontwikkelingen in het kustgebied. http://dare.uva.nl/document/2/162842
http://duinenenmensen.nl/komen-en-gaan-van-een-kleine-pionier-groenknolorchis/
