Kokkeltjes clusteren
Door Tim van Oijen

Kokkels planten zich, net als andere tweekleppigen, voort door voortplantingscellen in het water vrij te laten. Hierna vindt de bevruchting plaats. De larven verblijven een aantal weken in de waterkolom alvorens ze zich op de bodem vestigen. Het erna volgende postlarvale stadium is cruciaal in de ontwikkeling van de populatie. In dit stadium treedt meestal hoge sterfte op, onder meer door predatie door jonge krabben en garnalen.
Verspreidingspatronen
Inzicht in de verspreidingspatronen van de jonge kokkels kan meer inzicht geven in de processen die de aantallen kokkels bepalen. Op de schaal van hectares en groter is er al veel kennis. Zo is bekend dat pas gevestigde kokkels minder ver verspreid zijn dan volwassen dieren. Het verspreidingspatroon lijkt eerst vooral te worden bepaald door passieve depositie van kokkelbroed op plekken met lage stromingssnelheden. Die depositie wordt mede beïnvloed door de aanwezigheid van mosselbanken omdat er bij de banken stromingsluwe plekken zijn. De verdere verspreiding van oudere dieren komt door migraties van de jonge kokkels. Deze zijn namelijk in staat om zich opnieuw in de waterkolom te begeven en zich met zogeheten byssusdraden met de stroming mee te laten voeren.
Er is echter weinig kennis over de verspreiding van kokkelbroed op de schaal van vierkante meters. Welshe wetenschappers hebben hier een onderzoek naar uitgevoerd bij de monding van de rivier de Dee aan de westkust van Groot-Brittannië. Uit dit onderzoek bleek dat in juni, kort na de vestiging op de bodem, de verspreiding van het broed sterk geaggregeerd was. Het broed vormde clusters van 10 tot 14 meter breed die 16 tot 20 meter uit elkaar lagen. In oktober was het broed meer willekeurig verspreid, met clusters die kleiner in omvang waren. De verspreiding was vergelijkbaar in maart, met wel een nog wat toegenomen clustering. Ook op deze schaal ligt de verklaring voor de meer willekeurig verspreiding waarschijnlijk in de verplaatsing van de jonge kokkels met hulp van byssusdraden. De clustering houdt mogelijk verband met variaties in voedselbeschikbaarheid. Hoewel het wad op deze schaal een homogene omgeving lijkt, zijn er toch verschillen tussen poeltjes, met vaak meer algen, en hoger gelegen delen.
Krabben

Bronnen
Whitton, T.A., S.R. Jenkins, C.A. Richardson en J.G. Hiddink (2015). Changes in small scale spatial structure of cockle Cerastoderma edule (L.) post-larvae. Journal of Experimental Marine Biology and Ecology 468, 1-10.
De foto in de header is van Henk Postma.
Verspreidingspatronen