De Vlielander bodem is niet geschikt voor veeteelt of landbouw. Toch weten inventieve geesten mooie eilandproducten te maken. Kom wandelen en proeven!
Op Vlieland zijn de lokale voedselstromen en kleinschalige voedselproducenten op één hand te tellen. Middels een culinaire wandeltocht over het eiland breng je een bezoek aan de verschillende lokale ondernemers op het gebied van voedsel. De route heeft een lengte van ongeveer 3,5 kilometer. Let op: het start- en eindpunt zijn niet hetzelfde.
Vlieland bestaat vrijwel helemaal uit arme zandgrond, niet bepaald de beste voedingsbodem voor groenten of gras. Wat zand wel als de beste kan, is water zuiveren uit de grote zoetwaterbel die onder het eiland zit. Sinds 2019 gebruikt Bojan Bajic dit zuivere en kraakheldere water voor de Vlielander biertjes die hij brouwt in brouwerij Fortuna, een bijzonder gebouw dat ik vanaf het dek van de veerboot al tussen de duinen zag staan.
Ik vind het nog te vroeg voor bier, ik begin mijn Vlielander foodwandeltocht daarom aan de andere kant van het dorp, op het Vuurboetsduin. Zonder om te kijken loop ik in één ruk het duin met de rode vuurtoren op. Ik weet welke beloning me boven te wachten staat: een weergaloos uitzicht over het vanochtend windstille wad. Onderaan het duin grazen de Vlielander paarden, scholeksters scharrelen er tussendoor. In de baai liggen jachten voor anker, in de verte zie ik de veerboot op de skyline van Harlingen afstomen. Een uitzicht om van te watertanden.
Kaasliefhebbers watertanden in de bunker links van de vuurtoren. Je houdt van kaas, van experimenteren en vlak bij huis groeien flinken hoeveelheden zeewier; Voor Nils Koster was het gauw duidelijk: hij ging zeewierkazen ontwikkelen. In de bunker uit WO II vond hij de ideale plaats om ze te laten rijpen. In 2015 verkocht hij zijn eerste Vlielander zeewierkaas, inmiddels is het assortiment flink uitgebreid, met onder meer truffel-, honingklaver- en waterbuffelkaas. En er zijn vier vegan varianten. Koster organiseert ook proeverijen en workshops in zijn bunker. Is de kaasbaas er even niet? Naast de deur staat een zelfbedieningskoelkast.
Sinds 2022 heeft de kaasmakerij nieuwe buren. Eén bunker verder kweken Cees Potiek en Jan van der Veen oesterzwammen onder de naam Vlielands Glorie. ‘We zaten allebei tegen ons pensioen aan’, zegt Van der Veen, ‘en dan vraag je zo eens aan elkaar: wat ga jij straks doen?’ De mannen wilden ook na hun werkzame leven, respectievelijk als procesoperator bij drinkwaterbedrijf Vitens en directeur van kampeerterrein Stortemelk, iets nuttigs doen en kwamen op dit circulaire idee.
Met een bak achter de e-bike fietsen ze langs de horeca, de bakker en de Doeksen-boot om koffiedik te halen. Van de klus- en bouwbedrijven krijgen ze zaagsel. Gemengd met tuinkalk, water en broed (sporen van paddenstoelen) hangen ze deze ingrediënten in geperforeerde plastic zakken in de stabiele temperatuur van de bunker. Na vier tot zes weken groeien er door de gaten grijze oesterzwammen naar buiten. De kilo’s die ze elke week oogsten, gaan terug naar de eilander horeca. Heerlijk werk, vindt Potiek. ‘Het is lekker rustig hier, je bent een beetje aan het perforeren, mengen en oogsten, ik mag graag een paar uur tussen de oesterzwammen zitten. Maar het moet niet te veel worden, dan gaat het weer op werk lijken.’
Gezegend zijn de gloppen, de mooie smalle steegjes die de Dorpsstraat met de waddendijk verbinden. Afwisselend loop ik dóór en achter het dorp, afwisselend in de drukte en in de rust, in de richting van de jachthaven. Maar eerst tref ik in de achtertuin van Museum Tromp’s Huys imker Jan den Ouden van Hornbij. In alle rust inspecteert hij zijn broedramen en verklaart meteen hoe het kan dat hij dat zonder handschoenen en kap doet. ‘Ik werk met carnica-bijen, een zachtaardig ras dat altijd rustig blijft zitten.’
Behalve in de museumtuin heeft Den Ouden bijenkasten staan naast zijn huis bij de jachthaven en in Bomenland, West-Vlieland. West- en Oost-Vlielander honing smaken verschillend. ‘Dat niet alleen, de honing heeft elke paar weken een andere smaak. Het hangt ervan af waar de bijen op vliegen. Nu, zo aan het eind van de zomer, vliegen deze dorpsbijen vooral op watermunt achter het dorp. Het is maar net wat bloeit. In de lente begint het met de wilg en paardenbloemen en via braam en tamme kastanje gaat het in de nazomer naar lamsoor, heide en zeeaster.’ Heidehoning is altijd hard werken voor de imker. ‘Dat is dikkig en slingert lastig. Ik hoop op veel lamsoor, dat wordt niet hard.’
Met de zachte smaak van een lepeltje braam/kastanjehoning nog in de mond, loop ik rustig verder langs het wad, naar brouwerij Fortuna. Inmiddels is het best tijd voor een biertje. Maar eerst lonkt nog de trap die tussen de dennenbomen omhoog leidt. Sjouwermansbol heet het uitzichtpunt. De Noordzee verschuilt zich achter hoge boomtakken, maar Terschelling en de Waddenzee liggen in volle glorie aan mijn voeten, net als de zandplaat Richel. Vroeger gingen schepen daar voor anker om te laden en lossen. Hoog op de Sjouwersmansbol konden de Vlielander mannen zien of er schepen lagen en er dus werk voor ze te doen was.
Als ik brouwerij Fortuna binnenloop, is brouwer Bojan Bajic net aan het tappen. Zijn bieren dragen namen als Tij Tripel, Wad Donker, Duin Blond en Vlierefluiter. Mout, hop en gist komen van de wal, dat kan niet anders, maar het water dus én de smaakmakers van de bieren levert het eiland zelf. ‘Zeewier, duizendblad, rozenbottel, honingklaver, duindoorn, cranberry’s, het is hier allemaal voorhanden’, zegt hij, terwijl hij een glazen pot met honingklaver laat zien. ‘Hier heb ik maar een halve kilo van nodig om tweeduizend liter bier een echte Vlielander smaak te geven.’
Dit artikel komt uit het herfstnummer 2024 van het magazine WADDEN. Het artikel is geschreven door Annemarie Bergfeld als ook fotografie.
Ontvang 3x per jaar het (digitale) magazine WADDEN voor €32,50 met prachtige fotoreportages, interessante artikelen en speciale lezersvoordelen. Met uw lidmaatschap steunt u ons werk en helpt daarmee het Waddengebied beschermen.
Proefexemplaar aanvragen(opent in nieuw tabblad)