Tussen oude en nieuwe dijken op Wieringen

Het is mooi wandelen op het glooiende Wieringen, ervaart journalist Annemarie Bergfeld. Op dit voormalige eiland loop je langs en over een grote verscheidenheid aan dijken: oud, nieuwer en nieuwst.

Annemarie Bergfeld

Het hek aan het begin van de dijk staat uitnodigend open. Rechts van de dijk is een sloot met daarachter Waard-Nieuwland, een polder die in 1846 werd aangelegd tegen het eiland Wieringen aan. Achter de polder ligt het oude Wieringer land. Links kabbelt het water in het brede Amstelmeerkanaal. Daarachter ligt het nieuwe land van de Wieringermeerpolder, in 1930 gewonnen op de zee. De geluiden van de A7 dringen tussen de kale bomen door. Zouden die autogeluiden, als het weer zomer is, vraag ik me af, getemperd worden door het gebladerte? Last heb ik er niet van, vandaag worden de auto’s regelmatig overstemd door het luide gegak van de grote groepen grauwe ganzen die uit de maïsstoppels in de polder opvliegen.

Verborgen schat

Mijn wandeling begon aan de haven van Den Oever, voerde al langs korenmolen De Hoop en het Viking Informatiecentrum, dat helaas ’s winters is gesloten. Halverwege de jaren negentig werd bij het Wieringer buurtschap Westerklief bijna twee kilo aan zilveren munten en sieraden gevonden. De vondst was uniek voor Nederland: het bleek te gaan om voorwerpen die Vikingen rond 850 op Wieringen hadden achtergelaten. Meer dan 1100 jaar lang had de bodem deze schat verborgen gehouden. Met deze vondst werd onomstotelijk bewezen dat de Vikingen in de tweede helft van de 9e eeuw Wieringen als uitvalsbasis gebruikten voor hun strooptochten langs de Europese kusten.

De volgende hekken op de dijk staan niet open, maar overstapjes maken het me gemakkelijk. Bij het gemaaltje Waard-Nieuwland verlaat ik het eiland voor een uitstapje naar het nieuwe land van de Wieringermeerpolder. Aan de andere kant van het kanaal loop ik ongeveer een kilometer terug naar de VisKringloop Wieringermeer: een gebied van 17 hectare dat werd ingericht als leef- en opgroeigebied voor vissen die tussen zoet en zout water trekken zoals paling en driedoornige stekelbaars. Ook al heeft het winterzonnetje niet zo veel kracht, hij licht het witte torentje helwit op. Van boven bekijk ik de bijzondere cirkelvormige structuur van water en strookjes land.

Annemarie Bergfeld
Annemarie Bergfeld

Zeegras tegen golven

Daarna gaat het terug naar het gemaaltje en naar de Burgerweg. Aan het eind van deze polderweg ligt een gereconstrueerd stuk wierdijk, een mooi cultuurhistorisch monument. Toen Wieringen nog een eiland was, had het veel last van overstromingen. De bewoners gooiden dijken van groot zeegras op, in de volksmond ‘wier’ genoemd. Groot zeegras was volop aanwezig in de Wadden- en Zuiderzee én heeft de gunstige gewoonte om onder druk te veranderen in een compacte massa die goed bestand bleek tegen het geweld van de golven. Wierdijken werden op meer plaatsen in ons land aangelegd, maar alleen op Wieringen zijn restanten bewaard gebleven. De reconstructie laat mooi zien hoe deze dijken in de loop der eeuwen steeds vernuftiger werden aangelegd om ten slotte het veld te moeten ruimen voor grover geschut als basalt en beton.

Betonnen zeewering

Aan de overkant van de weg staat een oude wierschuur, nu groepsaccommodatie. In zulke schuren werd vroeger het wier gedroogd en geperst. Het ging niet alleen naar de kustbescherming maar werd ook verkocht als vulling voor kussens en matrassen. Op de Stroeërdijk loop ik op de rand van het oude Wieringen over een smal fietspad, lekker beschut aan de voet van een dijkje van bescheiden hoogte. Aan de keutels te zien, wemelt het hier van de hazen. Na het kruisen van de N99 vallen de glooiingen van Wieringen op. Dit zijn keileemruggen, achtergelaten door de gletsjers van de voorlaatste ijstijd.

Een smal weggetje voert door het dorp Oosterland, met de robuuste Michaëlskerk. Daarna voert de zoute geur van de zee me vanzelf naar het wad, en naar de kleiput van Vatrop. Bij verschillende dijkverhogingen werd hier klei gewonnen, de waterput die overbleef werd geschikt gemaakt als hoogwatervluchtplaats voor vogels. Vooral kluten broeden in het voorjaar op het schelpeneiland in het water. Vandaag zwemmen drie pijlstaarteenden in de put, staan drie vogelaars roerloos achter hun telescopen en zitten ontelbaar veel scholeksters ver op het drooggevallen wad. Tussen zee en land staat nog een deel van een oude betonnen zeewering.

Annemarie Bergfeld
Annemarie Bergfeld

Dijk in tribunevorm

Het laatste stukje van de wandeling gaat over de dijk op deltahoogte, terug naar Den Oever. Ik geniet van de grillige lijnen en mooie vormen in de wadbodem en de scholeksters die in koor pe-tieten. In Den Oever sta ik vol ontzag te kijken naar de nieuwste dijk van Wieringen. Dorp en achterland worden hier sinds enkele jaren beschermd door een dijk in tribunevorm. Wat een hoogte! Volgens de nieuwste inzichten remt een dijk met – in vaktaal – getrapte bekleding de golven eerder dan een geleidelijk oplopend talud. Mijn nieuwste inzicht is dat ik het koud heb gekregen van de zeewind. Ik ga op zoek naar iets warms, dat is hier altijd te krijgen.

Zelf de route wandelen?

Start bij wandelknooppunt (KP) 46 boven op de Coupure, rechts achter de visafslag. Volg blauwe pijlen naar KP 43 en 44. Volg rode pijlen naar 48. Volg groene pijlen naar 76. (circa 30 m. voor stalen hek RA naar beneden). Volg groene pijlen tot gemaal Waard-Nieuwland. Daar RA. Waar Burgerweg overgaat in Elft RA Stroeërdijk op naar KP 74 en 47. Volg groene pijlen naar KP 57 (op rotonde RD) en KP 58. Loop over (of onder) de dijk terug naar Havenkade.

Het magazine WADDEN ook lezen?

Dit artikel is verschenen in het magazine WADDEN van november 2025 en is geschreven door Annemarie Bergfeld met fotografie van Annemarie Bergfeld.

Ontvang 3x per jaar het (digitale) magazine WADDEN voor € 32,50 met prachtige fotoreportages, interessante artikelen en speciale lezersvoordelen. Met jouw lidmaatschap help je het Waddengebied te beschermen.

Proefexemplaar aanvragen