De strategische ligging aan de Eems maakt de bewoners van Borkum al eeuwenlang verantwoordelijk voor een veilige doorgang voor de scheepvaart. Journalist Annemarie Bergfeld wandelt er langs diverse vuurtoren en andere bakens.
Voor deze reportage zijn twee wandelingen gecombineerd uit het boekje Erlebnisrouten: Südstrand (9,5 km) en Die 3 Türme (7 km). Het boekje met negen wandelroutes is gratis te verkrijgen bij de Tourist Info Borkum of hieronder te downloaden.
Als een pilaar zo stil staat Johannes Hackenberg op de rand van zee en strand. Slechts zijn ogen schieten heen en weer. Hij focust op de golven en de zwemmers. Twee weken lang is Hackenberg, die nog studeert, vrijwillig strandwachter op het Südstrand van Borkum. ‘Elk jaar weer’, vertelt hij. ‘Ik doe dit graag.’ Hij wijst me op de nevelige contouren van Rottumeroog en Rottumerplaat, met de 21 meter hoge Emder Kaap. ‘Als het echt helder is, kun je hiervandaan ook de vuurtoren van Schiermonnikoog zien.’
De Westereems, die tussen Borkum en de Nederlandse eilanden loopt en overgaat in de rivier de Eems, is een moeilijke vaarroute. Op Borkum is nog goed te beleven hoe de eilanders eeuwenlang zorgden voor een zo veilig mogelijke doorgang voor de scheepvaart. De historische vereniging van het eiland zorgt goed voor de torens, bakens en kapen die eeuwenlang voor een behouden doorvaart hebben gezorgd.
Het Südstrand is een verzamelplaats voor de veelkleurige Strandzelten en Strandkorben die zo bij de Duitse Waddeneilanden horen. Kriskras liep ik er tussendoor naar de vloedlijn. Ook kwam ik zo-even langs de rood-witte elektrische Leuchtturm, de jongste van de Borkumer vuurtorens, maar sinds 2003 buiten gebruik. Het vaarwater dat de toren ruim een eeuw belichtte, veranderde in een zandbank. Tegenwoordig staat er een radarantenne op de toren die het verkeersveiligheidssysteem in de Eemsmonding ondersteunt. Om de paar honderd meter doorbreekt een betonnen golfbreker het strand en moet ik een klein klimmetje maken om aan de andere kant het zand weer onder mijn blote voeten te kunnen voelen. Allengs wordt het strand smaller tot het overgaat in een stevige, zwarte dijk.
Al gauw duik je het Padje bi de Kugelbake in, een amper heupbreed zandpad tussen riet en duindoornstruiken die al gauw overgaan in een berkenbos met door de wind vervormde boomstammen. Van het ene op het andere moment verstomt het geluid van de branding. Doodstil is het bos. Tussen de bladeren door hoor ik hoe de passagiers van de vertrekkende veerboot, toch zeker vier kilometer zuidwaarts, eine angenehme Überfahrt gewenst wordt. Midden in het bos, met de naam Greune Stee, staat een miniatuur-baken: een replica van de Kugelbake die hier tot 2000 dienst deed als zogeheten daglichtteken voor de scheepvaart. Op een twintig meter hoge vierpoot troonde een bol van vier meter doorsnede.
De oudste vuurtoren van het eiland is de vierkante Alter Leuchtturm. Hij lijkt verdacht veel op de Brandaris op Terschelling. Beide werden eind 16e eeuw gebouwd. De eerste 250 jaar van zijn bestaan diende deze toren ook als daglichtteken voor de scheepvaart. Binnen hangen rieten kegels en bollen zoals die in vroeger eeuwen omhoog gehesen werden. Aan de voet van de toren drentel ik lang rond op het Walfängerkarkhoff, een klein begraafplaatsje met grootse verhalen uit de hoogtijdagen van de walvisvaart. Twee voormalige commandeurshuizen vlak bij het kerkhof hebben nog een omheining van walviskaken. Ook dicht bij de kerk staat het Dykhuus. Dit Heimatmuseum is als een goed gevulde Wunderkammer. Van een uitgebreide zilvercollectie, het interieur van een commandeurswoonkamer, borduurwerken en scheepskisten tot een walvisskelet, Delfts blauwe tegels en verhalen van heldhaftige (en mislukte) reddingen op zee.
De zee is overal op Borkum. Ik vind het onvoorstelbaar dat de Upholmdeich, een vriendelijk begroeid dijkje tussen de weilanden, ooit een zeekerende dijk was. De omheinde Biergarten Upholm laat ik links liggen, liever neem ik pauze met zeezicht. Op weg naar café Sturmeck aan het strand passeer ik de watertoren. Als een buitenformaat schaakstuk torent hij boven de rode huizen uit. In het museum zit sinds een paar jaar een watermuseum. Vanaf het terras van Sturmeck beleef je een heel ander strand dan de badstranden aan de westkant van het dorp. Hier geen Strandzelten en Strandkorben maar pollen helmgras waartussen het zand zich ophoopt: nieuwe duinen in wording.
Vlak bij Sturmeck staat een paal die de meest noordwestelijke punt van Duitsland markeert. Daarvandaan is het niet ver terug naar het dorp waar ik de Neue Leuchtturm bezoek. Nadat brand het bovenste deel van de Alter Leuchtturm verwoestte, werd in 1879 binnen vijf maanden een vervanger gebouwd. Na 308 treden sta ik boven. Aan mijn voeten zie ik tussen het strand en de soms kolossale hotels aan de boulevard een stevig stenen bouwsel. Ook deze Kleine Kaap, gebouwd van rode klinkers, is al jaren met pensioen. Tot in lengte van dagen mag hij blijven uitkijken over de Westereems. Net als de Grote Kaap, die een stukje verderop in de schaduw van een revalidatiekliniek in de duinen staat. Daar zorgt de historische vereniging wel voor.
Dit artikel is verschenen in het magazine WADDEN van juni 2025 en is geschreven door Annemarie Bergfeld met fotografie van Annemarie Bergfeld.
Ontvang 3x per jaar het (digitale) magazine WADDEN voor € 32,50 met prachtige fotoreportages, interessante artikelen en speciale lezersvoordelen. Met jouw lidmaatschap help je het Waddengebied te beschermen.