Woeste waddenluchten zijn niet alleen indrukwekkend, ze vertellen vaak ook welk weer op komst is.
Cumulonimbus capillatus praecipitatio murus cauda*. Wanneer je deze wolk op het wad of aan het strand aan de horizon ziet verschijnen, kun je maar beter gauw een schuilplaats zoeken. Er is namelijk wild weer op komst. Felle regenbuien en hagel, bijvoorbeeld. En wanneer er ook nog eens sprake is van tuba na cauda, dan is vluchten nog belangrijker: windhoos in aantocht.
De ingewikkeld lijkende zin hierboven, is niets anders dan de officiële benaming van een bepaalde dreigende wolkenlucht volgens de Internationale Wolkenatlas van de Wereld Meteorologie Organisatie (WMO). Net als bij de Latijnse, wetenschappelijke benamingen van dieren en planten, worden wolkensoorten ingedeeld volgens een geslachts- en soortnaam. Het is vergelijkbaar met bijvoorbeeld Homo sapiens ofwel de mens. In de benaming van wolken kunnen tot vijf toevoegingen aan de soortbenaming iets zeggen over bepaalde eigenschappen van het wolktype, waar dat bij biologische soortnamen er hooguit twee zijn.
Toch is de naamgeving van wolken relatief eenvoudig, omdat er maar tien geslachten zijn, die bovendien zijn in te delen in vier families afhankelijk van hun hoogte in de lucht.
* Cumulonimbus met draderige vormen in het bovendeel, aambeeldvormig, waaruit neerslag valt, met daaronder een omlaag hangende muurwolk die in een staartvorm uitloopt en waaruit een windhoos kan ontstaan.
Wolken bestaan uit minuscule waterdruppels of ijskristallen die in de lucht blijven zweven. Afhankelijk van de dichtheid van deze waterdeeltjes zijn wolken lichter (wit) tot donker (grijs of zwart). Ze zijn een gevolg van de verdamping van water vanaf land- en wateroppervlakten. Wanneer lucht verzadigd raakt met waterdamp, condenseert de damp tot water of ijs. Omdat koude lucht minder waterdamp kan opnemen en de luchttemperatuur doorgaans daalt bij toenemende hoogte, ligt dit zogenoemde dauwpunt meestal op enige hoogte boven het aardoppervlak, tot duizenden meters, en hier vormen zich wolken. Onder bepaalde omstandigheden ligt het dauwpunt op grondniveau, en vormt zich mist en dauw.
Wanneer de zwevende water- of ijsdeeltjes in wolken in een koudere luchtlaag terechtkomen, klonteren zij samen en vallen omlaag als regen, hagel of sneeuw. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer luchtmassa’s omhoog worden geduwd door land of bergen en wanneer een warme lichte luchtlaag wordt opgetild door een koude zware luchtlaag (koufront).
De vorming van wolken, het type wolk, of daar neerslag uit valt en in welke vorm is de uitkomst van een samenspel tussen de beweging van luchtmassaʼs (wind) en temperatuur. Daardoor valt door wolken te ʻlezenʼ in grote lijnen het weer te voorspellen.
Meestal grijze wolkenlaag met een egale onderkant. Er valt motregen uit of fijne sneeuw. De wolkenvorm kan zich als mist tot de grond uitstrekken. Schijnt de zon er doorheen, dan heeft deze scherpe randen.
Wanneer het nog niet regent of sneeuwt: hoe donkerder, hoe meer regen of sneeuw.
Grijze, witte of gemêleerd grijze en witte wolken. Vrijwel altijd zijn donkere en lichte gedeelten te zien. Tegelvormen, rollen of afgeronde klompen, al of niet in elkaar overgaand. Dit is in West-Europa boven land het meest voorkomende wolkentype.
Mogelijk lichte neerslag, kleine verschillen in windsterkte, maar geen grote veranderingen.
Grijzig of blauwig wolkendek dat de lucht geheel of vrijwel geheel bedekt. Streperig, draderig of egaal. Dun genoeg om de zon doorheen te zien. Geen halo-verschijnselen.
Wanneer het wolkendek niet verandert, voorlopig stabiel weer. Bij verandering in patroon of dekking, regen of sneeuw op komst.
Grijze wolkenlaag, vaak donker. Overal dik genoeg om de zon te verbergen. Vaak met onderliggende wolkenflarden. Uit deze wolkenvorm valt continu regen of sneeuw.
Voorlopig regen of sneeuw, of heel binnenkort beginnend. Alleen wanneer er lichtere plekken beginnen te ontstaan, eindigt de neerslag.
Losse massieve witte, soms iets grijze wolken met naar boven toe koepelvormige en bloemkoolachtige uitstulpingen. De wolkranden zijn scherp afgetekend, niet rafelig.
Stabiel zonnig weer. Wanneer de bovenkant van cumulus snel opbolt, zijn buien mogelijk.
Massieve, dichte witte of grijze wolken die tot grote hoogte reiken, in pilaar-, paddenstoel- en aambeeldvormen. De wolkenbasis is vaak zeer donker. Typische onweerswolk.
Niet langdurige, maar felle neerslag. Vooral bij aambeeldachtige vormen hagel, onweer en windstoten.
Dit artikel is verschenen in het magazine WADDEN van maart 2025 en geschreven door Marcus Werner.
Ontvang 3x per jaar het (digitale) magazine WADDEN voor €32,50 met prachtige fotoreportages, interessante artikelen en speciale lezersvoordelen. Met uw lidmaatschap steunt u ons werk en helpt daarmee het Waddengebied beschermen.
Proefexemplaar aanvragen