Strijd om de ruimte

De Waddenzee is een natuurgebied, maar diezelfde ruimte wordt ook gebruikt voor visserij, gas- en zoutwinning, recreatie, militaire oefeningen, noem maar op. De Waddenvereniging maakt zich zorgen. ‘Alles bij elkaar opgeteld wordt het een keer te veel.’

 

Schijn bedriegt

Als je op de dijk staat en over het wad uitkijkt, heb je het nauwelijks in de gaten. Je ziet wellicht een vissersboot voorbijvaren, er trekt misschien in de verte een groep wadlopers door het slik, maar van een strijd om de ruimte lijkt geen sprake. Maar schijn bedriegt, het is dringen geblazen met alle zichtbare en onzichtbare menselijke activiteiten. ‘Zonder dat je het doorhebt is er ongelooflijk veel gaande op het wad’, zegt Frank Petersen van de Waddenvereniging. ‘Er wordt gevist, gerecreëerd, gebaggerd en naar gas geboord. Als je dat beseft, vraag je je af, hoe bestaat het dat dat allemaal tegelijk in de Waddenzee plaatsvindt.’

Niet gek dat de vele functies weleens met elkaar botsen, maar vooral met de functie van natuurgebied. Petersen: ‘De Waddenzee is een heel kwetsbaar gebied. Bodem beroerende visserij heeft schadelijke effecten op de bodem en alles wat daarin leeft, bodemdaling door gas- en zoutwinning heeft negatieve effecten op de bereikbaarheid van voedsel voor vogels en recreatie kan ook verstorend zijn. Elke vorm van gebruik heeft consequenties.’ Vooral in de stapeling van effecten van al deze activiteiten, ook wel de cumulatieve effecten genoemd, zit het gevaar. ‘De gevolgen van een van de activiteiten is misschien wel te overzien, maar naast elkaar is het effect veel groter, en soms versterken ze zelfs elkaar.’


‘Er wordt gevist, gerecreëerd, gebaggerd en naar gas geboord. Als je dat beseft, vraag je je af, hoe bestaat het dat dat allemaal tegelijk in de Waddenzee plaatsvindt’

Verstoring door vliegtuigen

Een voorbeeld van een diersoort die te maken heeft met zo’n optelling van schadelijke effecten is de scholekster. De aantallen gaan al vele jaren achteruit, maar één enkele oorzaak is niet aan te wijzen. Waarschijnlijk gaat het om een opsomming van bedreigingen. Scholeksteronderzoeker Bruno Ens van SOVON Vogelonderzoek was afgelopen jaren betrokken bij een groot onderzoek (genaamd CHIRP, Cumulative Human Impact on biRd Populations) naar al deze factoren. ‘Een ingewikkeld samenspel waarvan we nog lang niet alles hebben kunnen ontdekken’, zegt Ens. ‘Een van de zaken waar de scholeksters mee te maken hebben in de Waddenzee, zijn de sportvliegtuigen en vliegoefeningen van Defensie boven de Vliehors op Vlieland. Onze promovendus Gert-Jan van der Kolk heeft nauwkeurig in kaart gebracht welk type vliegtuig welke verstoring geeft. Sportvliegtuigjes en straaljagers blijken verrassend genoeg maar weinig verstoring te geven, maar bij Hercules-transportvliegtuigen van Defensie is er juist totale paniek onder de vogels. Ze gaan dan massaal op de vleugels, waardoor ze tijd verliezen waarin ze normaal zouden eten, en ze gebruiken onnodig veel energie.’

Al met al lijkt de opgetelde verstoring door vliegverkeer mee te vallen voor de scholekster, al gaf het onderzoek aanwijzingen dat de rosse grutto er meer last van heeft. Bovendien komt ook bij de scholekster de geringe verstoring bovenop alle andere effecten die menselijke activiteiten hebben op het leven van de vogel. Zo worden ze ook geregeld opgeschrikt door recreanten. ‘Op de Vliehors valt dat mee, juist doordat het een militair oefenterrein is, maar verderop op Vlieland, bij het Westerse veld, is dit in het vakantieseizoen wel een probleem. Scholeksters moeten daardoor naar andere hoogwatervluchtplaatsen zoals Richel. Dat is veel verder weg van hun foerageergebied.’

 

Lager broedsucces

De beschikbaarheid van voedsel is ook onderdeel van het probleem. De mosselvisserij in de jaren ‘80 heeft vrijwel alle mosselbanken weggevaagd, voor 50% van de scholeksters destijds een belangrijke voedselbron. Na lange afwezigheid keren de mosselbanken terug, maar bieden niet genoeg voedsel. Ens: ‘Dat heeft te maken met de opmars van de Japanse oester, een invasieve exoot. Het zijn steeds meer gemengde banken die voor een deel bestaan uit Japanse oesters. De grote oesters, daar kan de scholekster niks mee.’

Een van de zaken waar de Waddenvereniging zich zorgen om maakt, is bodemdaling. Dat gebeurt niet alleen door gaswinning, maar ook door zoutwinning. Die activiteiten versterken elkaar. De scholeksteronderzoekers zagen de gevolgen van bodemdaling op de kwelders van Ameland. Ens: ‘De bodemdaling wordt op de kwelder niet overal gecompenseerd door opslibbing, en dus komt de kwelder lager te liggen. Dat verhoogt de kans dat nesten van vogels die op de kwelder broeden, overstromen. Daar komt bij dat zomerstormen, die vaak leiden tot overstroming, ook zijn toegenomen.

 

Optelsom

Het onderzoeksproject CHIRP richtte zich ook op de broedgebieden van de scholekster in het binnenland. Het broedsucces is laag en dat komt onder andere door intensievere landbouw, predatie en klimaatverandering. Maar wat ook meespeelt is dat de vogels in slechtere conditie de winter uitkomen. Dus wat er tijdens de overwintering in de Waddenzee gebeurt, bepaalt mede of ze later in het jaar succesvol kunnen voortplanten.

Als alle effecten van menselijk handelen en bijvoorbeeld veranderingen in het klimaat elkaar zo versterken, zou het logisch zijn alles in zijn geheel te bekijken voor er weer nieuwe activiteiten worden toegelaten. Dat is helaas niet het geval, merkt Petersen. ‘Er wordt gekeken naar welke mogelijke schadelijke effecten die nieuwe activiteit heeft, maar niet naar welke andere activiteiten met schadelijke effecten er al zijn. Wat wij graag zouden willen is dat bij aanvraag van een vergunning voor een grote activiteit, ook de cumulatieve effecten meegenomen worden.’

 

Effecten waddengebied in  kaart gebracht

Het lastige is, dat niemand goed weet wat het opgetelde effect is van al deze activiteiten. Daarom bracht de Waddenacademie eind vorig jaar een Quick scan cumulatieve effecten Waddengebied uit, die als basis dient voor een onderzoeksprogramma van NWO-NWA om de effecten van klimaatverandering én de cumulatieve effecten van menselijk handelen te onderzoeken.

Dat onderzoek neemt echter nog zo’n vijf jaar in beslag. Voor de uitkomsten bekend zijn, moeten de autoriteiten heel terughoudend zijn met nieuwe vergunningen, meent Petersen. ‘Ik hoop daarom dat de nieuwe minister van LNV voorlopig geen nieuwe vergunningen afgeeft voor bijvoorbeeld de aanleg van kabels en bestaande vergunningen voor zoutwinning en visserij tegen het licht houdt. Alles bij elkaar opgeteld wordt het een keer te veel. Als je nu nieuwe activiteiten toelaat zonder de effecten te kennen, is dat misschien net de druppel.’

 

Uit het WADDEN magazine

Dit artikel is verschenen in het WADDEN magazine van maart 2022. Tekst Koen Moons, foto’s van Cris Toala Olivares en Marcel van Kammen. Wil je het magazine ook ontvangen? Word lid van de Waddenvereniging vanaf €27,- per jaar, steun ons werk en ontvang het magazine 4x per jaar in de (digitale) brievenbus.