WADDEN || Lofzang op brutale charmeurs

Krijsen, voedsel stelen en auto’s onder poepen: meeuwen zijn zacht gezegd niet de meest populaire vogels. Drie meeuwenliefhebbers vertellen waarom ze wel een zwak hebben voor deze vogels.

Merlijn Loeve ‘Over meeuwen is nog veel onbekend, dat maakt ze interessant’

‘Ik verheug me op komend broedseizoen’, zegt boswachter Merijn Loeve tijdens het interview (bij het verschijnen van dit magazine loopt het broedseizoen van meeuwen ten einde, red.) Loeve zal dan op diverse plaatsen in Nederland geringde broedende zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen met een telescoop hebben ‘afgelezen’. Plastic pootringen met een cijfer- of lettercode die aan de meeuwen zijn meegegeven door meeuwenonderzoekers, waaronder ook Loeve zelf, geven elke vogel een unieke identiteit. Loeve: ‘Dat is nou zo leuk, om te achterhalen wie van de geringde vogels na een jaar weer terug is – én wanneer en waar. Door de kleurring kan je de levensloop van zo’n meeuw volgen’.

In Nederland zijn 23 soorten meeuwen te zien. De meeste mensen kennen vooral kokmeeuw, zilvermeeuw, kleine mantelmeeuw en stormmeeuw: van het krijsende vliegende gezelschap bij een veerboot naar de Waddeneilanden, als de luidruchtigste vogelbewoners van menige haven, dan wel de persoonlijkere ervaring van het doelwit zijn van een op kibbeling of patat beluste brutale zilvermeeuw.

Als boswachter in het Zuid-Hollandse deltagebied is Loeve betrokken bij allerhande natuur. Toch heeft hij een ‘lichtelijk aanwezige obsessie’ voor meeuwen. Hij is larofiel, beaamt hij. ‘Het is een uitdagende vogelgroep. Zo is het lastig om de leeftijd van onvolwassen grotere meeuwen vast te stellen.’ Zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen bijvoorbeeld hebben in de vier jaar op weg naar volwassenheid elk jaar een subtiel verschillend verenpak. Loeve: ‘De Pontische meeuw en zilvermeeuw uit elkaar houden is zelfs voor experts moeilijk.’ Daarnaast vindt Loeve meeuwen intrigerend. Om hun reisdrang bijvoorbeeld, waar onderzoekers pas de laatste jaren een goed beeld van beginnen te krijgen: ‘Ze leggen grote afstanden af voor voedsel, en elk individu doet het weer anders. Dat er nog veel onbekend is over meeuwen, maakt het extra interessant.’

Favoriete meeuw: grote mantelmeeuw. De grootste broedkolonie in Nederland (dertig paren) is te vinden in de Grevelingen, in Loeves werkgebied.

Roos Kentie ‘Meeuwen zijn de underdogs, dat spreekt mij aan’

‘Nog nooit ben ik een larofiel genoemd, maar misschien ben ik dat intussen wel’, lacht Roos Kentie. De onderzoeker aan het Texelse zeeonderzoeksinstituut NIOZ en Universiteit van Amsterdam verrichtte promotieonderzoek naar de grutto. Nu onderzoekt zij zilver- en mantelmeeuwen die onder meer broeden op Texel.

‘Meeuwen hebben een imagoprobleem omdat zij weleens een buiten staande vuilniszak openscheuren of de kuikens van andere wadvogels opeten’, aldus Kentie. ‘Grutto’s zijn daarentegen nationale troetelvogels. Juist daarom spreekt het me aan om die underdogs — de meeuwen — te bestuderen. Bovendien zijn het stoere vogels.’

Door ‘haar’ meeuwen te voorzien van zenders is Kentie op het spoor gekomen van een verschil in trekstrategie tussen zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen, en een opmerkelijke variatie in trekgedrag bij de mantelmeeuwen. Zilvermeeuwen, zoals uit ringonderzoek al langer bekend is, blijven in de winter in de buurt van hun broedkolonie of trekken hooguit zo ver als Noord-Frankrijk. Van de kleine mantelmeeuwen, zo leerde het zenderonderzoek, trekt een deel naar de Britse eilanden of zuidelijker, tot aan Portugal. De rest trekt helemaal naar Marokko of zelfs Senegal in West-Afrika. Zo’n verschil in trekafstand binnen een soort – enkele honderden of enkele duizenden kilometers – stelt biologen voor een raadsel. Waarom zo ver vliegen, met alle risico’s van ongelukken onderweg en ook een groter energieverbruik door de lange vlucht, als een vogel ook dichterbij kan blijven?

Kentie: ‘Maar ver weg of dichtbij blijkt niet veel uit te maken. Kleine mantelmeeuwen zijn net als andere meeuwen goede vliegers, waardoor de afstand niet zo’n punt is.’ Ook ontdekten Kentie en collega’s dat kleine mantelmeeuwen die ver trekken over een jaar genomen nauwelijks meer energie verbruiken dan soortgenoten die dichter bij huis blijven. De verklaring hiervoor is dat de verre overwinteraars op de winterlocatie minder lopen en vliegen dan de Europese overwinteraars. Dat compenseert blijkbaar voor het energieverbruik van de verre vlucht. Kentie: ‘De twee groepen behalen hetzelfde broedsucces en ook de overleving verschilt niet. Kleine mantelmeeuwen vliegen ver omdat het kan!’

Favoriete meeuw: zilvermeeuw of mantelmeeuw? Roos Kentie: ‘Allebei! Ze broeden door elkaar in dezelfde gebieden en lijken op elkaar.’

Timo Roeke ‘Een meeuw herken je aan de roep’

Timo Roeke volgde in eerste instantie een opleiding tot ICT-er, en werkte enige tijd bij een gemeente. Intussen is hij vogelbeschermer en woordvoerder bij Vogelbescherming Nederland. Hij kwam er terecht dankzij zijn werk voor waarneming.nl, een website voor natuurwaarnemingen, en een levenslange vogelliefhebberij. Roeke groeide op in Overijssel – niet bepaald een provincie die bekendstaat om meeuwen. Maar bij vuilstorten in de omgeving hielden zich kokmeeuwen op en in de Overijsselse veengebieden zeldzamere zwartkopmeeuwen en dwergmeeuwen. Roeke: ‘Ik vond het als jonge vogelaar spannend om die zwartkopmeeuwen en dwergmeeuwen in het vizier te krijgen.’

Over zijn meeuwenliefde zegt hij: ‘Meeuwen zijn heel aanwezige vogels. Hun roep is zo kenmerkend en je kunt daaraan meteen de soort herkennen. Meeuwen zijn sociaal en houden elkaar goed in de gaten.’ Het wijst ook op hun intelligentie: ‘Wat bijvoorbeeld blijkt uit hoe zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen in de stad precies weten wanneer het bij een school pauze is en daarheen vliegen omdat ze er voedsel verwachten.’

Voor een vogelbeschermer lijkt het tegenstrijdig gebiologeerd te zijn door meeuwen, die immers de jongen van beschermde vogels op het menu hebben staan. Toch hebben meeuwen een belangrijke ecologische functie, weet Roeke: ‘Het zijn de opruimers van de natuur, doordat zij afval en kadavers eten. In de stad eten ze ook ratten, die net als meeuwen afkomen op achtergelaten voedselresten.’

Tegenwoordig verdienen soorten als zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw zélf bescherming: ‘De populaties daarvan nemen af, van de zilvermeeuw zelfs met 5 procent per jaar. Volgens Europese natuurregels moeten de populaties gezond zijn. Vandaar ook dat onderzoek nodig is, zoals naar de bewegingen van meeuwen, om bijvoorbeeld te achterhalen of windparken een negatieve invloed hebben op meeuwen, waardoor ze op bepaalde plekken beter niet kunnen worden gebouwd.’

Favoriete meeuw: dwergmeeuw. De soort broedt in noordelijk Oost-Europa en overwintert in Zuid-Europa. In Nederland te zien op doortrek, vooral in mei.

Hoe voorkom je dat een meeuw je eten rooft?

Je zit rustig met een patatje of bakje kibbeling aan zee, tot een grote meeuw in een oogwenk toeslaat en er met je snack vandoor gaat. Menig kustbezoeker is het al overkomen. Maar hoe houd je meeuwen eigenlijk weg van je eten?

Uit een in 2025 uitgevoerd onderzoek in Zuid-Engeland komt naar voren dat zilvermeeuwen op afstand zijn te houden door te praten of liever nog te roepen, zeker wanneer je een man bent. In de studie werden opnames van pratende mannen, hard roepende mannen en de zang van een roodborst afgespeeld in de buurt van een omgekeerde zak patat, waar meeuwen snel op afkwamen.

Roodborstzang stoorde de zilvermeeuwen geheel niet. Van de ‘pratende’ en ‘roepende’ stem schrokken de vogels duidelijk en hielden daardoor afstand, maar zonder significant verschil daartussen. Uiteindelijk vlogen zilvermeeuwen bij het roepen vaker weg, terwijl zij bij praten vooral wegliepen.

Voor boswachter Merijn Loeve zijn de resultaten herkenbaar: ‘Hard roepen helpt inderdaad. Wat ook werkt is meeuwen direct aankijken.’ Dat een mannenstem beter meeuwen verjaagt zou best kunnen, zegt hij: ‘Ik weet van een meeuw in een winkelcentrum die Hema-worsten stal, dat die het altijd had voorzien op vrouwen en kinderen.’

Texelse meeuw eet frietje in Amsterdam

Meeuwen zijn druktemakers die je overal in het Waddengebied tegenkomt. Contact met mensen gaan ze niet uit de weg zoals je kunt lezen in dit artikel. Waar mensen zijn is immers voedsel. Op de boot naar de eilanden volgen ze je lange tijd in de hoop dat er wat in de lucht wordt gegooid en bij de frietkraam wachten ze hun kans af om een patatje te scoren. Maar soms zoeken ze hun voedsel veel verder weg, blijkt uit onderzoek met gezenderde meeuwen.

In Nederland van boven lieten meeuwenonderzoekers eens zien dat exemplaren van Texel op een dag 300 kilometer vliegt om helemaal in Amsterdam te kijken of er wat te snaaien valt.

Video van de zoektocht van een meeuw naar voedsel(opent in nieuw tabblad)

Het magazine WADDEN ook lezen?

Dit artikel komt uit het zomernummer 2026 van het magazine WADDEN. Het artikel is geschreven door Marcus Werner met fotografie van Henk Postma.

Ontvang 3x per jaar het (digitale) magazine WADDEN voor €32,50 met prachtige fotoreportages, interessante artikelen en speciale lezersvoordelen. Met uw lidmaatschap steunt u ons werk en helpt daarmee het Waddengebied beschermen.

Proefexemplaar aanvragen(opent in nieuw tabblad)