Boem Boem op de Vliehors

Maakt de luchtmacht te veel lawaai boven Vlieland?

Al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw wordt er door de Nederlandse luchtmacht geoefend boven en op natuurgebied De Vliehors op Vlieland. Dat ronkende straaljagers, raketinslagen en ratelende boordmitrailleurs niet positief zijn voor de natuur, zeker niet voor de daar levende vogels, is duidelijk. Toch woedt er al jaren een discussie tussen Defensie en de Waddenvereniging over hoe de luchtmacht meer rekening zou kunnen houden met de natuur.

 

Dat de Nederlandse strijdkrachten destijds het oog lieten vallen op De Vliehors is begrijpelijk. Het gebied is grotendeels een aaneengesloten zandvlakte, die vanuit de lucht van alle kanten vrij toegankelijk is en waar omheen relatief weinig mensen wonen die last kunnen hebben van geluidsoverlast of onverhoopt verdwalende munitie. Na de Tweede Wereldoorlog, in 1948, werd de ‘Vliehors-range’ officieel een militair oefengebied, dat in de loop der jaren ook is gebruikt door NAVO-bondgenoten als de VS, Groot-Brittannië, Duitsland en België.

 

De intensiteit van het gebruik is in de loop der jaren wisselend geweest. In de jaren tachtig van de vorige eeuw vonden er jaarlijks zo’n 5.000 vluchten plaats, op dit moment zijn dat ongeveer 800 vluchten per jaar. In principe blijft dat de komende jaren zo, maar het zou ook iets kunnen stijgen.

 

Vergunning of niet?

De Waddenvereniging heeft in de afgelopen decennia altijd kritisch gekeken naar de defensieactiviteiten op de Vliehors. ‘Wij krijgen Defensie daar niet weg’, zegt Ellen Kuipers, projectleider defensie bij de vereniging. ‘Maar wat we willen is dat Defensie zo veel mogelijk rekening houdt met de andere gebruikers van dit gebied, de mens en de natuur. Daar hebben we ook vaak en goed overleg over, maar soms komen we op een punt waarop we het niet met elkaar eens kunnen worden.’

 

De afgelopen jaren heeft de discussie zich toegespitst op de vraag of Defensie al dan niet een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming zou moeten aanvragen. De Waddenzee en de Vlielandse Duinen werden in 1994 aangewezen als Natura-2000 gebied. Dat betekent dat er voor activiteiten die schadelijke effecten op de natuur hebben een vergunning moet worden aangevraagd, waarin voorwaarden staan om zoveel mogelijk schade te voorkomen. Het lijkt logisch dat dit dan ook geldt voor de oefeningen boven de Vliehors, maar toch heeft het tot vorig jaar geduurd voordat Defensie zo’n vergunning heeft aangevraagd.

 

Nulmeting ontbreekt

Ter ondersteuning van de aanvraag is een effectenanalyse van de militaire vliegactiviteiten uitgevoerd door Bureau Waardenburg. En volgens deze analyse zijn er weinig tot geen nadelige gevolgen voor de natuur. Die conclusie wordt vooral getrokken omdat er wordt gekeken naar de situatie op het moment waarop de gebieden Natura 2000 werden, het jaar 1994, omdat dat wettelijk zo is vastgelegd. Toen waren er ook al militaire vliegactiviteiten en aanmerkelijk meer dan op dit moment.

 

Maar eigenlijk zou je natuurlijk willen weten of de situatie beter zou zijn zónder die militaire activiteiten. ‘Dat klopt’, zegt Alewijn Brouwer, onderzoeksleider bij Waardenburg. ‘Er is geen nulmeting, dus kun je niet weten wat de effecten van die activiteiten zijn. Natuurlijk zijn er negatieve effecten op individuen van vogels, maar onze taak was te onderzoeken of er ook effecten te verwachten zijn op Waddenzee-populaties. Dat bleek niet het geval.’ Volgens Ellen Kuipers is het onderzoek naar de negatieve effecten te oppervlakkig geweest. ‘Er is gekeken naar zogenaamde geluidscontouren, gemiddelden over een jaar, maar niet naar de piekgeluiden en de invloeden die die kunnen hebben tijdens bijvoorbeeld het broedseizoen.’

 

Maar Brouwer stelt dat uit het onderzoek blijkt dat het met de vogels in het oefengebied niet slechter gaat dan elders op de Wadden. ‘Je ziet niet echt veel lagere aantallen in die zones waar de verstoring groot is.’ Sterker nog, voor sommige vogels, met name op de grond broedende vogels zoals de strandplevier, lijkt de situatie op De Vliehors soms beter. Dat komt doordat het gebied doordeweeks afgesloten is voor publiek, waardoor er minder verstoring door mensen (wandelaars) is. ‘Overigens zien we wel dat er voor sommige soorten sprake is van een achteruitgang in de afgelopen jaren’, zegt Brouwer. ‘Maar die doet zich elders op de Wadden ook voor en heeft andere oorzaken, zoals een achteruitgang van de voedselvoorraad.’

 

Impact van vliegactiviteiten

‘Uit het onderzoek van Bureau Waardenburg blijkt dat de effecten meevallen’, zegt Hans van Gasteren, Hoofd Bureau Natuur van de Luchtstrijdkrachten. ‘Wij vinden daarom dat wij door kunnen gaan met hoe we het nu doen. Wij zijn ook steeds in overleg met de Waddenvereniging en Natuurmonumenten en proberen ons zo goed mogelijk aan te passen aan hun wensen.’ Behalve naar het onderzoek door Bureau Waardenburg wijst Van Gasteren ook op het zogenaamde ‘CHIRP-onderzoek’ (Cumulative Human Impact on Bird Populations) naar de scholekster. ‘Op aandringen van de Waddenvereniging hebben wij aan dat onderzoek meegewerkt, en uit dat onderzoek is gebleken dat scholeksters nauwelijks last hebben van onze vliegactiviteiten.’

 

Onderzoeker Henk-Jan van der Kolk van het Nederlands Instituut voor Ecologie bevestigt dat de scholeksters, die voor dit onderzoek werden gezenderd, niet vaak opvlogen als er straaljagers voorbijkwamen. ‘Het lijkt erop dat ze eraan gewend zijn geraakt’, zegt hij. Van der Kolk wijst er wel op dat andere vliegactiviteiten, die veel minder voorkomen, zoals die met laagvliegende transportvliegtuigen, wel een groot verstorend effect hebben op de scholeksters. En hij wijst erop dat het erop lijkt dat andere vogels, zoals de wulp en de rosse grutto mogelijk wél meer last hebben van de vliegactiviteiten. ‘Dat is uit veldobservaties gebleken, we zagen ze eerder en vaker opvliegen. Maar we weten bijvoorbeeld niet of dat effect heeft op hun foerageergedrag. Daarvoor zou je ook deze soorten moeten zenderen.’ Maar dat zal in ieder geval in het kader van dit onderzoek niet meer gebeuren. ‘Het CHIRP-onderzoek loopt af, en het is nog onduidelijk of er een vervolgonderzoek komt.’

 

Vliegtijdmonitor

Ellen Kuipers van de Waddenvereniging is er dan ook van overtuigd dat de militaire activiteiten wel degelijk een nadelige invloed hebben op de vogels. Vooral bij hoogwater is dat het geval. ‘De vogels hebben dan een kleiner gebied waar ze droog kunnen zitten en komen ook dichter bij de Vliehors-range.’ Volgens Van Gasteren is Defensie ook bereid om daar rekening mee te houden door in geval van extreem hoog springtij niet te vliegen. Kuipers beaamt dat, maar vindt dat Defensie ook met andere kwetsbare perioden van de vogels en zeezoogdieren rekening zou moeten houden, zoals de broed- en ruiperioden. ‘Daarom hebben wij een vliegtijdmonitor ontwikkeld, met daarin de getijden, de waterstanden, en de kwetsbare perioden voor vogels en zeezoogdieren. Door te variëren in ruimte en tijd kun je met al die kwetsbare perioden rekening houden en toch nog meer dan genoeg vlieguren overhouden’, aldus Kuipers.

 

 

De aanvraag voor de vergunning ligt nu bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV). Volgens een woordvoerder van LNV zal het ontwerpbesluit over de vergunning in het eerste kwartaal van 2021 gereedkomen. Dit ontwerpbesluit wordt dan openbaar gemaakt en staat open voor inspraak.

De Waddenvereniging en Natuurmonumenten hopen dat in de vergunning een aantal nadere voorwaarden zullen worden gesteld. ‘Als het moet gaan we ervoor naar de rechter’, zegt Ellen Kuipers. ‘Maar dat is voor ons echt de allerlaatste stap. Liever lossen we het op in goed overleg. Wij hebben onze vliegmonitor bij Defensie gepresenteerd en we gaan nu samen met de Luchtmacht de gegevens van 2019 bestuderen en verder kijken naar de mogelijkheden van zo’n monitor.’

 

 

‘Duizend bommen en granaten!’

Het zijn er niet zoveel als in de bekende uitroep van kapitein Haddock in de Kuifje strips, maar Defensie komt een aardig eind op Vliehors. Op dit moment wordt er jaarlijks zo’n 800 keer gevlogen met straaljagers en ongeveer 100 keer met helikopters. Daarbij wordt er op vaste doelen geschoten met boordmitrailleurs en raketwerpers. Het gaat daarbij om munitie uiteenlopend van 7,62 tot 30 millimeter. In totaal gaat het om zo’n 300.000 kogels per jaar. Defensie vraagt in de vergunning ruimte om de komende jaren eventueel te stijgen naar maximaal 1.200 sorties (een sortie is een oefening, inclusief opstijgen en dalen) voor jachtvliegtuigen, en 175 sorties voor helikopters. Daarnaast zullen er, net als op dit moment, maximaal zeventig ‘live’ (echte) bommen per jaar worden gegooid, en dit gebeurt altijd buiten het broedseizoen. Deze bommen zijn zogenaamde 500 ponders, die flink wat lawaai veroorzaken. Ook wordt gemiddeld vier keer per jaar geoefend met transportvliegtuigen, die veel groter zijn dan straaljagers en ook meer lawaai veroorzaken.



Dit artikel, geschreven door Frans Glissenaar, verscheen eerder in het WADDENmagazine. Als lid ontvang je deze

4x per jaar op de mat. Zo steun je het werk van de Waddenvereniging! Foto's: Henk Postma.