Rechtbank bevestigt: ministerie van LVVN schiet tekort in bescherming Werelderfgoed Waddenzee

Regenboog op het Wad

Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) had moeten optreden tegen gas- en zoutwinning onder de Waddenzee. Dat is de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland naar aanleiding van het beroep dat de Waddenvereniging instelde. Een wake-upcall voor de overheid: wanneer wetenschappers waarschuwen voor onherstelbare schade aan dit unieke UNESCO Werelderfgoed, is wegkijken geen optie.

De Waddenvereniging vroeg het ministerie eind 2022 om op te treden tegen gas- en zoutwinning onder de Waddenzee. Omdat het ministerie weigerde op te treden, stelde de Waddenvereniging beroep in bij de rechtbank Noord-Nederland. We kregen gelijk van de rechtbank. [1]

 

Het ministerie van Natuur had moeten ingrijpen

De rechtbank gaf de Waddenvereniging gelijk omdat de staatssecretaris onvoldoende gemotiveerd heeft dat hij kon afzien van ingrijpen in de bestaande delfstofwinning. Frank Petersen van de Waddenvereniging: “Deze uitspraak heeft naar onze mening grote invloed op de wijze waarop de minister moet beslissen over mijnbouw onder de Waddenzee. Zoals de rechtbank stelt: het ministerie moet optreden als wetenschappers waarschuwen dat schade aan de unieke natuur van de Waddenzee niet voorkomen wordt. En dat lijkt bij mijnbouw overduidelijk het geval te zijn.”

De uitspraak van de rechter kan gevolgen hebben voor de beoordeling van aanvragen voor nog meer mijnbouw onder de Waddenzee. Eerder deze week verzekerde minister Hermans in de Tweede Kamer dat de Waddenzee een UNESCO Werelderfgoed is en daarom van de overheid vraagt om zich maximaal in te spannen om het gebied in de huidige staat te behouden, ook voor de generaties na ons. Petersen: “De uitspraak van de rechtbank maakt in onze ogen duidelijk dat die noodzakelijke zorg bij het ministerie van LVVN niet maximaal is geweest. Het moet dus anders en opnieuw. En daarbij moet het ministerie zich baseren op de meest recente kennis over klimaatverandering en zeespiegelstijging.”

 

Extra zoutwinning onder de Waddenzee

Op dit moment wordt op het ministerie van Klimaat en Groene Groei een besluit voorbereid op vergunningsaanvraag van het Duitse bedrijf ESCO voor extra zoutwinning onder de Waddenzee met een mogelijke bodemdaling van anderhalve meter onder het Wad en meer bodemdaling dan verwacht onder de zeedijk in Noord-West Friesland. Friese overheden lieten eerder al duidelijk weten grote bezwaren te hebben tegen deze extra mijnbouw en de bijbehorende schade. De Waddenzee is een werelderfgoed waarvoor Nederland zich samen met Duitsland en Denemarken maximaal moet inzetten om het te behouden en beschermen. Petersen: Meer dan anderhalve meter bodemdaling onder de Waddenzee door één mijnbouw-bedrijf is ongekend en nooit eerder bedacht of aangevraagd. Het is nu toch wel eens een keer duidelijk voor iedereen in Den Haag, Berlijn en Kopenhagen dat mijnbouw niet thuishoort in een werelderfgoed.”

 

Nieuw kabinet aan zet?

De uitspraak van de rechter bevestigt dat de Nederlandse regering zich nog niet maximaal heeft ingespannen om Werelderfgoed Waddenzee te behouden. Petersen; “Laten we hopen dat dit wel gaat gebeuren. En dat wordt met deze uitspraak als steun in de rug een dankbare taak voor een nieuw kabinet.”

 

[1] Zie: ECLI:NL:RBNNE:2025:5015, Rechtbank Noord-Nederland, LEE 23/4291