Korstmossen op oude zeedijken

donderdag 15 februari 2018

Door: Hans Revier

Oude zeedijken zijn een geschikte groeiplaats voor korstmossen. Het bij de aanleg van dijken gebruikte natuursteen is begroeid met tientallen verschillende soorten. Door dijkverzwaringen, waarbij het natuursteen vaak wordt vervangen door beton, dreigt een aantal zeldzame soorten uit Nederland te verdwijnen. Hergebruik van het natuursteen kan een oplossing bieden.

 

Symbiose

Korstmossen zijn een bijzondere samenlevingsvorm, symbiose, van algen of blauwwieren met schimmels. Tussen de door schimmeldraden gevormde korstvormige lagen leven de algen of wieren, die onder invloed van zonlicht CO2 omvormen tot suikers, waar de schimmels van kunnen leven. Korstmossen komen in verschillende gedaanten voor, van platte korstvormige plakkaten tot blad- en struikvormige structuren. Sommige soorten zijn gevoelig voor luchtverontreiniging (zwaveldioxide, ammoniak) en worden gebruikt als indicator voor de luchtkwaliteit. In Nederland komen 624 verschillende soorten voor, waarvan 75 soorten uitsluitend op dijktaluds.

 

Zwerfstenen

Nadat de paalworm in de achttiende eeuw de houten constructies in de Nederlandse zeewering had aangetast, ging men over tot het toepassen van steen in de dijkbekleding. Daarvoor gebruikte men zo veel mogelijk de zwerfstenen die in Nederland, in de voorlaatste ijstijd, door het landijs uit Scandinavië waren aangevoerd. Daarbij werd niet geschroomd om op 300 plaatsen de stenen bij prehistorische grafheuvels op te graven. Alleen de allergrootste stenen bleven achter. Deze resten van grafheuvels kennen we nu als hunebedden. Nadat deze bronnen van zwerfstenen waren uitgeput, ging men over tot het importeren van basalt. Dit hoekige gesteente was ook beter te verwerken dan de afgeronde zwerfstenen. De zwerfstenen en het basalt zijn zure gesteenten met een karakteristieke korstmossenflora.

 

Zonering

De meest oorspronkelijke, met zwerfstenen en basalt versterkte zeedijken liggen in Groningen tussen de Eemshaven en Delfzijl. Ook de havendam op Terschelling is een fraai voorbeeld van een dergelijke zeewering met een rijke korstmossenbegroeiing. Ook langs het IJsselmeer komen nog dit soort dijktrajecten voor. Naast de steensoort bepaalt ook de invloed van de zee de soortensamenstelling. Vergelijkbaar met rotskusten zien we op de zeedijken een zonering van korstmossen. Bovenaan een grijze zone met struikvormige soorten, als Gewoon en Melig Kusttakmos (Ramalina ssp.)  die gebonden zijn aan zure steensoorten, maar die geen invloed van zeewater kunnen velen. Daaronder, in de spatzone, een opvallende gele band, gedomineerd door korstvormige soorten als de Citroenkorst (Caloplaca ssp.) en Dooierkorst (Xanthoria ssp.). Onderaan de dijken leven, tussen de zeepokken, zeewier en alikruiken, over het algemeen zwart gekleurde soorten als de Zeeppokkorst (Pyrenocollema halodytes), de Obscure Wadkorst (Stigmidium marinum) en vele soorten Stippelkorst (Verrucaria ssp.).

 

Dijkverzwaringen

Omdat de dijkbekleding van sommige dijktrajecten al honderden jaren oud is, heeft zich daar een groot aantal bijzondere soorten gevestigd. Zo komt in Nederland het Zeeachterlichtmos  (Schistidium maritimum) alleen op de dijk bij Delfzijl en de havendam bij Terschelling voor. In het algemeen herbergt een halve kilometer oude dijk tussen de 50 en 70 verschillende soorten, waarvan zo’n 20 procent op de Rode Lijst met bedreigde soorten staat. Bij moderne dijkverzwaringen gebruikt men niet langer natuursteen. Vooral beton, gegoten in basalt-achtige vormen, wordt overal toegepast. Hierdoor dreigt de karakteristieke korstmossenflora van oude dijken te verdwijnen. Hergebruik van met korstmossen begroeid natuursteen kan voor dit probleem een oplossing bieden. In Noord-Holland zijn bij de verzwaring van de dijken van het Amstelmeer nabij Wieringen stenen, waarop bijzondere soorten groeiden, op een aantal locaties hergebruikt. Door per kilometer dijk een aantal vakken aan te leggen met de oorspronkelijke natuursteen (100 m2 in totaal) werden stepping stones gecreëerd van waaruit de korstmossen zich verder konden verspreiden. Negentig procent van de Rode Lijstsoorten bleek hierdoor de dijkverzwaring te overleven. Dit kleinschalig hergebruik kan ook voorkomen dat bij de geplande dijkverzwaring tussen de Eemshaven en Delfzijl drie soorten korstmossen uit Nederland en 46 soorten uit de provincie Groningen verdwijnen.


Illustraties

Klik op illustratie om te vergroten



Bronnen:

Sparrius, L., Aptroot, A., & Nat, E. (2011). Natuurwinst door hergebruik van natuursteen bij dijkverzwaringen. H 2 O, 44(1), 12. http://edepot.wur.nl/339770  

 

Bijlsma, R. J., Aptroot, A., Van Dort, K. W., Haveman, R., Van Herk, C. M., Kooijman, A. M., ... & Weeda, E. J. (2009). Preadvies mossen en korstmossen. Directie Kennis, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. http://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/fulltext/143757  

 

Website van de Nederlandse Bryologische en Lichenologische Werkgroep

www.blwg.nl

 

 









Artikel WadWeten

Het tweewekelijkse artikel WadWeten verschijnt in de digitale nieuwsbrief en op de websites van de Waddenvereniging en Waddenacademie. In deze serie artikelen wordt het waddengebied beschreven vanuit verschillende onderzoeksdisciplines, zoals de biologie, de geologie en de cultuurhistorie. Een wetenschappelijke benadering in heldere taal. De berichten worden beurtelings geschreven door wetenschappers van Ecomare, de Waddenacademie en de Waddenvereniging.

In 2010 werden een aantal WadWeten artikelen gebundeld in het boekje Waddenwijsheid (ISBN 9789087410230). Begin 2015 kwam er een vervolg: Meer Waddenwijsheid. Het rijk geïllustreerde boek geeft antwoorden op vragen als: welke beestjes krioelen er in het zand, welke wadvogels werden gegeten in de terpentijd, hoe oud wordt een zwaardschede, welke stormen zijn gevaarlijk voor de Wadden. Dit prachtige boek boordevol Waddenkennis is verkrijgbaar bij de boekhandel voor € 12,90 (ISBN 9789087410322).

Ecomare Waddenacademie Waddenvereniging