Zin in natuur

De natuur en de ruimte, noemen bezoekers en bewoners vaak als gevraagd wordt wat hen in het waddengebied aantrekt. Omgevingspsychologen zoeken naar het ‘waarom’ achter de menselijke hang naar natuur. Dat is nog geen uitgemaakte zaak, zo blijkt.

 

Waarom naar buiten?

Je staat op de veerboot naar een van de Waddeneilanden. De zee is leeg, op een vissersboot en wat plezierbootjes in de verte na. In de weidse lucht drijven witte schapenwolkjes. Straks een fietstocht door het bos en de duinen, gevolgd door een wandeling langs het Noordzeestrand. Heerlijk! Veel mensen zullen zich wel herkennen in het positieve gevoel dat het voorgaande oproept.

Maar waarom eigenlijk? Is er iets aan het buiten zijn in de natuur, dat mensen ‘van nature’ gelukkig maakt? Het is geen onbeduidende vraag, alleen ingegeven door wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Het ‘waarom’ van het prettige gevoel dat mensen ervaren in de natuur en welke kenmerken van natuur gunstig zijn voor het welbevinden, kan consequenties hebben voor het natuurbehoud in het algemeen. En ook voor natuurherstel – welke natuurtypes daarin de voorkeur verdienen.

 

Liever natuur dan gebouwen

Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontdekten pionierende onderzoekers in de omgevingspsychologie, de psychologische wetenschappen toegepast op hoe mensen hun omgeving ervaren, een voorkeur van mensen voor natuurlijke scènes. Proefpersonen die beelden van natuur en bebouwde omgevingen kregen voorgeschoteld, kozen steevast de natuurbeelden boven die met bebouwing, zelfs wanneer de getoonde natuur weinig spectaculair was. In experimenten lieten proefpersonen rustigere hersenactiviteit en een lagere hartslag zien bij beelden van plantenbegroeiing en waterpartijen dan bij stadse beelden.

Sinds die vroege bevindingen werden talloze experimenten uitgevoerd die dit beeld bevestigden: mensen hebben blijkbaar een voorkeur voor natuurlijke omgevingen boven bebouwde omgevingen én natuur heeft een gunstige psychologische en vaak ook lichamelijke uitwerking. Onder meer leidden deze vondsten tot het vergroenen van ziekenhuizen, waarbij er binnen en buiten meer planten in het zicht van patiënten werden geplaatst.

 

Oerbrein

Henk Staats, van huis uit sociale wetenschapper, bestudeerde aan de universiteit Leiden tientallen jaren de menselijke natuurbeleving. ‘Een theorie is dat mensen in de natuur verlost zijn van het in het dagelijkse leven bewust aandacht geven aan zaken die uit zichzelf niet interessant zijn. Hard moeten blokken voor een examen, bijvoorbeeld, of alert zijn op hoe je overkomt op je baas. Dat geeft stress. De natuur vraagt niets van je, velt geen oordeel, waardoor de aandacht zich op een prettigere manier kan richten op onder meer de natuurlijke patronen die er te zien zijn, en die stress wegvalt.’

Een andere theorie die veel navolging heeft gekregen in de omgevingspsychologie, gaat uit van een evolutionaire verklaring voor natuurvoorkeur. Voor vroege mensen bood de natuur voedsel en schuilplaatsen. Hierom ontwikkelden zich automatische positieve gevoelens voor natuurlijke omgevingen. Moderne mensen, zo is het idee, hebben nog steeds dit ‘oerbrein’ wat natuurlijke omgevingen betreft en lijden aan stress wanneer zij in een niet-natuurlijke omgeving zijn.

 

Algemene natuurvoorkeur

De laatste jaren zijn sommige omgevingspsychologen gaan twijfelen aan zowel de evolutionaire verklaring voor natuurvoorkeur als die over herstel van aandacht. ‘Een probleem met de evolutionaire verklaring voor stressvermindering is dat je daaruit verwacht dat mensen vooral positieve gevoelens hebben voor natuurlijke elementen die daadwerkelijk een overlevingsvoordeel opleveren waar evolutie op kan inwerken, zoals bomen met vruchten.

Maar allerlei studies lieten zien dat mensen een veel algemenere natuurvoorkeur hebben’, zegt Yannick Joye. De Vlaamse onderzoeker, afgestudeerd als filosoof aan de universiteit van Gent en tegenwoordig werkzaam aan de universiteit van Vilnius in Litouwen, onderwerpt omgevingspsychologische ideeën aan de kritische blik die filosofen eigen is. Dat mensen ook positief reageren op de aanblik van een besneeuwde berg of de zee, brengt de evolutionaire verklaring op zijn minst aan het wankelen, vindt hij. ‘Wat is daarvan het overlevingsvoordeel? Voor de aandachtstheorie is een mysterieus soort ‘aandachtsspier’ nodig die vermoeid kan raken. Dat is nogal vaag.’

 

‘Natuur is goed’

Een andere mogelijkheid is dat de menselijke voorkeur voor natuurlijke omgevingen cultureel is gevormd. Zo sporen ouders kinderen vaak aan om naar buiten te gaan ‘omdat het gezond is’. In experimenten bleken jonge kinderen er de voorkeur aan te geven om binnen te spelen. Dat maakt een ‘ingebakken’, evolutionair gevormde voorkeur voor buiten zijn minder waarschijnlijk en pleit voor culturele beïnvloeding -‘natuur is goed’- op latere leeftijd. Staats: ‘Over die culturele beïnvloeding is het laatste woord nog niet gezegd.’ Ook kan beweging, dat een gunstige lichamelijke uitwerking heeft, een rol spelen. Mensen bewegen buiten in de natuur nu eenmaal meer. ‘Toch wees een onderzoek uit, dat lopen in de natuur een gunstiger lichamelijk effect heeft dan dezelfde loopbewegingen uitgevoerd in een sportschool’, vertelt Staats.

 

Stilte als beloning

Intussen ontwikkelde Joye een theorie over de natuurvoorkeur van mensen die draait om beloningen in het brein. Hij legt uit: ‘Omdat we de natuur mooi vinden, om welke reden dan ook, cultureel of evolutionair bepaald, werkt het belonend.’ Het mechanisme van beloning verscherpt de aandacht en verklaart ook waarom natuur mensen opkikkert en zij haar steeds opnieuw opzoeken. Centraal in Joye’s alternatieve theorie is dat er verschillende routes zijn naar beloning. Wanneer bijvoorbeeld bij de buren een luidruchtig feest aan de gang is, levert een stille plek in de natuur opzoeken als beloning het ontbreken van herrie. Tijdens een lockdown kan iemand beloning en troost vinden in de schoonheid van de natuur. En wie gezakt is voor een tentamen, kan in een grootse natuurlijke omgeving - te midden van ruige bergen, of in de weidse waddennatuur - beloond worden met de ervaring van de eigen nietigheid in een groter geheel, waardoor het gezakt zijn beter is te relativeren. Natuur is in de nieuwe visie niet ‘speciaal’, want beloningen zijn er ook te vinden in andere zaken, muziek bijvoorbeeld. Maar het blijft belangrijk, haast Joye zich te zeggen: ‘Ook ik krijg een beloning van op mijn wielrenfiets in de natuur zijn.’

 

Uit het WADDEN magazine

Dit artikel is verschenen in het WADDEN magazine van maart 2022. Tekst Marcus Werner. Foto’s van Catrinus van der Veen, Henk Postma, Merlijn Torensma en Marcel van Kammen. Wil je het magazine ook ontvangen? Word lid van de Waddenvereniging vanaf €27,- per jaar, steun ons werk en ontvang het magazine 4x per jaar in de (digitale) brievenbus.