Liefde op het wad

De scholekster, hokkers, wippers en sozen

 

We kennen hem ook als ‘Bonte Piet’, naar zijn zwart-witte verenkleed en het kenmerkende geluid dat hij maakt: te-piet, te-piet. Maar hoe kom je als scholekster nu aan een naam als hokker of wipper? Welnu, dat heeft alles te maken met de plek waar hij zijn nest bouwt.

 

Overlevingskansen

De beste plekken zijn dicht bij het water, op de rand van de kwelder aan het wad. Daar bouwt de ‘hokker’ zijn nest. Zo is hij bij eb snel bij het voedsel. ‘Wippers’ broeden niet aan de rand, maar óp de kwelder en pendelen honderden meters tussen nest en wad. Én op de jongen passen én eten halen? Tja, dan schiet dat laatste er wel eens bij in. De jongen van de hokker hebben dan ook grotere overlevingskansen dan die van de wipper. Dan is er nog de ‘soosvogel’: die heeft geen broedplaats kunnen vinden en stelt de voortplanting een jaartje uit. Die pechvogels kruipen bij hoogwater maar bij elkaar om te ‘sozen’.

 

Drie is wel genoeg

Scholeksters leven lang (30 tot 40 jaar!), zijn honkvast en trouw aan elkaar. Ze maken bij voorkeur elk jaar op vrijwel dezelfde plaats hun nest. Is er eenmaal voor een plekje gevonden, legt het vrouwtje twee tot vier eieren, met tussenpozen van een dag. Tijdens het broeden (gemiddeld 26 dagen) wisselen beide ouders elkaar af. Als tenslotte drie kuikens uit het ei zijn gekropen, dan gaat alle aandacht naar de jonkies en wordt het laatste ei niet meer uitgebroed.

Hotel mama

Wel twee maanden lang blijven de jongen onder de hoede van hun ouders. In die tijd worden ze gevoed, leren ze vliegen en leggen een vetvoorraadje aan. En er wordt goed op ze gepast. Wanneer er een belager in de buurt komt slaat de scholekster luidruchtig alarm en achtervolgt hij hem totdat deze op de vlucht slaat. Als de jongen in oktober eindelijk zelfstandig zijn, gaan de ouders aan de slag om een eigen vetvoorraad voor de winter aan te leggen.

 

Wat staat er op menu?

Scholeksters houden van insecten, wormen, mosselen en kokkels. Het scholekstervrouwtje is meestal de wormenpikker. Met haar 8 centimeter lange, oranjekleurige snavel kan ze diep de grond in. Mannetjes zijn vooral schelpeters. Met zijn sterke snavel krijgt hij de grootste mossels en kokkels open. De Japanse oester met zijn harde pantser is een ander verhaal, daar lukt het alleen bij de jonge oesters. Weliswaar slijt de snavel behoorlijk door al dat gehamer en gebeitel, maar gelukkig groeit die per dag een halve millimeter aan.

 

Bedreigingen

De scholekster komt in heel Nederland voor: aan de kust, in de weilanden verder het land in en sinds enige tijd nestelen zij ook op platte daken in de stad! De hoogste dichtheden vinden we in het Waddengebied, omdat scholeksters daar zowel broeden als overwinteren. Sinds 1990 is het aantal scholeksters gehalveerd. Door intensieve kokkel- en mosselvisserij zijn er steeds minder schelpdieren aan de Waddenzee te vinden. Door de klimaatverandering is ook het overstromingsrisico van de nesten op de lage kwelder vergroot. In 2006 is de intensieve schelpdiervisserij weliswaar gestopt, maar herstel bij de scholeksters is nog niet te merken. Een groot deel van de broedpopulatie bestaat nu uit ‘oudjes’. 


Meer lezen en zien?

Bekijk hier een aantal films over de scholekster

Of zoek snel en eenvoudig alles op wat drijft, kruipt of groeit op het wad met de Wadwaaier. Dankzij het handige formaat past het in elke broek- of jaszak en heb je het altijd bij de hand. Speciaal gemaakt voor en door de Waddenvereniging. 91 pagina's met full colour, prachtige handgetekende illustraties.

 

Tip: Ontdek de Wadden