Waddentools Symposium

30 juni 2022 || Entrepotgebouw Harlingen

Afgelopen jaren is Waddentools van start gegaan met onderzoek naar maatregelen voor herstel van de Waddenzee. Voor het ontwikkelen van de herstelstrategie van een rijke optimaal functionerende Waddenzee sloegen de drie deelprojecten Waddentools Wij & Wadvogels, Waddentools Swimway Waddenzee en Waddentools Waddenmozaiëk tijdens het Waddentools Symposium op 30 juni de handen ineen.

 

Tijdens het symposium presenteerden onderzoekers van de drie deelprojecten hun eerste resultaten. Centraal stond de vertaalslag van onderzoek naar beheeradvies. Wat betekenen de bevindingen voor beleid en beheer? Hoe brengen wij de nieuwe kennis op de juiste plek en hoe zorgen wij ervoor dat nieuwe bevindingen daadwerkelijk leiden tot nieuwe herstelmaatregelen? Het publiek was gemêleerd en bestond uit wetenschappers, studenten, beleid, beheer en communicatiemedewerkers. Een interessante mix, wat resulteerde in kritische, doch verrassende vragen. Geleid door dagvoorzitter Paul Rutten (Strategisch Adviseur bij Beheerautoriteit Waddenzee) was er gedurende de dag veel ruimte voor dialoog. Meten is weten, maar met onderzoek alleen ben je er niet. Aan de hand van nieuwe kennis moeten ook nieuwe beslissingen genomen durven worden. Iets waarvoor juist de samenwerking tussen wetenschap, beleid en beheer gezocht moet worden. Samenwerking en wisselwerking is het sleutelwoord!
 

Geen kraamkamer, maar kinderkamer 

In de ochtend sprak wetenschappelijk coördinator en marien ecoloog Ingrid Tulp van Waddentools Swimway ons bij over de eerste twee jaar binnen het Swimway programma. Zij benadrukte dat waar de Waddenzee vaak wordt gezien als de ‘kraamkamer’ van vis, deze term eigenlijk niet accuraat is. Jonge vis komt naar de Waddenzee om op te groeien, maar wordt geboren op de Noordzee. De term ‘kinderkamer’ zou volgens haar dan ook beter passen. Toch lijken eerste resultaten erop te wijzen dat de haring wel degelijk paait in de Waddenzee. Dit zou de terugkeer van de Zuiderzeeharing kunnen betekenen.


Een andere uitzondering op de regel lijkt de vijfdradige meun te zijn. Waar de meeste vissoorten in aantallen afnemen, lijkt de vijfdradige meun juist in aantallen toe te nemen. Dit is van belang, omdat de vijfdradige meun een belangrijke voedselbron is. Verder lijken de eerste resultaten van DNA-onderzoek op de maaginhoud van sprot en jonge haring erop te wijzen dat zij niet alleen plankton, maar ook elkaar eten. Er werd verrassend veel materiaal van vis gevonden in zowel de magen van de sprot als in de magen van de jonge haring.

Verder ontdekten de onderzoekers de afgelopen twee jaren dat scholen vis ’s nachts veel actiever zijn als overdag en dat zij meebewegen met de getijden. Ook laten eerste resultaten zien dat vissen voorkeur geven aan bepaalde temperaturen. Kleinere vissoorten lijken een voorkeur te hebben voor hogere temperaturen. Met de opwarming van de aarde is deze kennis van belang om een beter begrip te kunnen krijgen van de effecten van temperatuursverandering op de verspreiding van verschillende vissoorten.

 

Vanuit het publiek kwamen vele vragen

Waarom wordt bijvoorbeeld het Duitse en het Deense deel van de Waddenzee niet meegenomen in onderzoek naar migreer gedrag? Het akoestische netwerk  bevindt zich op dit moment alleen in westelijk Nederland, maar de ambitie om trilateraal uit te breiden blijkt er te zijn. Ook werd er gevraagd naar de invloed van dag en nacht op predatie. Waarschijnlijk is het voor pelagische vis ’s nachts een stuk veiliger, maar dit is puur een hypothese en zou verder onderzocht moeten worden. Vervolgens werd er ook door projectleiders Oscar Franken van Waddentools Waddenmozaiëk en Ingrid Aaldijk van Waddentools Wij & Wadvogels een lezing gegeven.

 

Hoe gebruiken grote vissen de Waddenzee?

In de middag gingen wij uiteen in deelsessies waar meer ruimte was voor verdieping. Vanuit Waddentools Swimway gaf Erwin Winters toelichting op de eerste resultaten binnen het project van Jena Edwards. Jena probeert met haar onderzoek meer inzicht te krijgen in het gebruik van de Waddenzee door grote soorten vis zoals zeebaars en harder. Zijn er knelpunten en waar liggen deze? Door het inrichten van een fijnmazig detectienetwerk in de Westelijke Waddenzee kan zij het ruimtegebruik van gezenderde vissen nauwkeurig volgen.

 

Wat betekenen schelpdierbanken en kwelders voor vis?

Hannah Charan-Dixon en Klemens Eriksson verzorgden vervolgens een tweede deelsessie waarin zij het gebruik van schelpdierbanken en kwelders toelichtten. Hoe worden kwelders gebruikt door vis en wat is de invloed van het water- en vegetatiebeheer op het gebruik van de kwelderkreken? Hannah presenteerde haar eerste resultaten van jaarrond monitoring in verschillende kweldersystemen. Klemens deelde vervolgens resultaten van het gebruik van hydrofoons in combinatie met onderwater camera’s in de Waddenzee. Kunnen we op basis van onderwatergeluid de kwaliteit en het gebruik van verschillende onderwater habitats, waaronder schelpdierbanken, bepalen?

 

Wij kijken terug op een geslaagde dag en willen iedereen bedanken voor zijn of haar komst!


Bron: www.swimway.nl