Waddenzee niet de plek voor experimenten

De Waddenvereniging dient een zienswijze in tegen het plaatsen van een zogenaamde ‘TidalKite’ in de Waddenzee in de buurt van Ameland. Dat doen wij, samen met een aantal andere natuurorganisaties, omdat de unieke waarden van de Waddenzee al ongelooflijk onder druk staan. Op deze kwetsbare plek moet je niet experimenteren vinden wij. Ook niet als dat experiment gericht is op duurzame energieopwekking.


Evenwicht

De Waddenvereniging steunt de overstap naar duurzame energie. Daarnaast staat de vereniging voor de bescherming van de onderwaternatuur en de rust, ruimte en weidsheid van het waddengebied. Het is een uitdaging om een evenwicht te vinden tussen deze twee belangen.  Wij bekijken van geval tot geval wat de winst voor de natuur zal zijn van nieuwe projecten en welke risico’s bepaalde activiteiten met zich meebrengen.

 

De TidalKite: een experiment in de Waddenzee

Met het plaatsen van een enorme onderwatervlieger (12 meter lang en max. 11 meter hoog) wil men proberen om duurzame energie op te wekken uit het getij. Natuurlijk een heel mooi streven, maar om iets écht duurzaam te noemen moet er geen negatief effect zijn op de natuur in het gebied. De onderwatervlieger komt precies in een belangrijke geul voor zeehonden te liggen. Vogels in het gebied zullen verstoord worden en het is onduidelijk hoe bruinvissen last zullen hebben van dit experiment. Ook is het onbekend wat de impact zal zijn op vissen en al het andere onderwaterleven. En er zijn nog veel meer onzekerheden. Je leest ze allemaal terug in de zienswijze.

 

Voorzorgsbeginsel

De TidalKite zal negatieve effecten hebben op de ecologie. Dat staat vast. Hoe groot precies is nog onduidelijk. Als je niet precies weet welke negatieve impact een bepaalde activiteit heeft op Nederlands enige natuurlijk Werelderfgoed, dan hoor je die niet toe te staan. Als er eenmaal schade is ontstaan dan is die vaak niet meer te herstellen. Dit voorzorgsbeginsel zou bij alle nieuwe activiteiten in de Waddenzee gehanteerd moeten worden.

De Waddenvereniging merkt dat het voorzorgsbeginsel in het waddengebied niet of nauwelijks meer toegepast wordt. In plaats daarvan wordt vaak monitoring voorgeschreven als niet in te schatten is hoe groot effecten zijn. Probleem daarvan is dat schade van een activiteit pas achteraf geconstateerd wordt.

In dit specifieke geval is monitoring sowieso lastig, omdat de effecten op vis bijvoorbeeld niet gemakkelijk in de gaten te houden zijn. Dan is het beter zo’n nieuwe techniek niet in een natuurgebied te testen.


Wanneer kan het dan wel?

De Waddenzee is geen proeftuin. Voor dit experiment zijn genoeg plekken buiten de Waddenzee waar wel een proefopstelling gemaakt kan worden.

Een nieuwe activiteit kan alleen in de Waddenzee plaatsvinden als:

  • de activiteit op geen enkele andere plaats uitgevoerd kan worden én
  • als de activiteit gericht is op natuurontwikkeling én
  • er aantoonbaar geen schade wordt aangebracht aan de natuur.

Geen extra economische activiteiten

Je vraagt je misschien af of we niet een beetje te streng zijn. En als dit nou de enige activiteit in de Waddenzee zou zijn, dan heb je misschien een punt. Maar er gebeurt al zóveel in het waddengebied: industrie, gas- en zoutwinning, baggeren, vervuilende scheepvaart, visserij, en zo verder. En de natuur holt ondertussen achteruit, mede onder druk van al die activiteiten. De prioriteit moet liggen bij natuurherstel, niet bij experimenten of economische activiteit.

Meer weten?

>> Kaart met bodemberoerende activiteiten die al plaatsvinden in het waddengebied.
>> Geef natuur de ruimte en stuur alleen (een beetje) bij als dat echt nodig is.



Blijf op de hoogte

 

 

Publicatiedatum: 23-06-2020