Zeehondenopvang vaak onnodig

Begin jaren tachtig van de vorige eeuw zwommen nog maar een kleine driehonderd zeehonden in de Nederlandse kustwateren. Alleen door de opvang van zeehonden in Pieterburen en op Texel kon de zeehond voor de Waddenzee behouden blijven. Nader onderzoek wees uit dat waterverontreiniging en verstoring de oorzaken waren voor de sterke achteruitgang. Gelukkig groeide in de jaren negentig de populatie weer. De vervuiling werd aan banden gelegd en het leefgebied beter beschermd. Toen de zeehond niet langer een zeldzame verschijning was kwam de vraag op tafel of de opvang nog wel nodig was. Ecologen voerden aan dat de populatie zeehonden zich zelf in stand kon houden, dierenwelzijn organisaties gingen uit van het belang van het individuele dier. Deze discussie duurde jarenlang.


Nieuw onderzoek van de Rijksuniversiteit van Groningen laat zien dat jonge zeehonden veel langer zonder hun moeders kunnen dan gedacht. Het is daarom beter huilers, jonge zeehonden, zo veel mogelijk met rust te laten en terughoudend te zijn met het opvangen van de dieren. Ook het zeehondencentrum Pieterburen onderschrijft deze conclusie, zoals bleek uit een uitzending van het TV-programma EenVandaag. Een wetenschappelijke commissie zal volgend jaar een advies uitbrengen over de toekomstige opvang van jonge zeehonden. Op dit moment leven rond de tienduizend zeehonden in het Nederlandse waddengebied.





Publicatiedatum: 07-07-2017